théatre

BIBLIOTHEATRE N°1 « Lacan – Claudel »

         In het Seminarie VIII, Le transfert, is er sprake van de vuigheid van Turelure.

         Wat is Turelure ?

         Claudel heeft die naam uitgevonden met een vleugje Witz. Laat ons zeggen dat Turelure dat is wat overblijft van een portret (peinturelure) nadat de Revolutie het als werk van een meester verbrand heeft… Herinnert, de vuigheid. Het is met dit woord dat de « index raisonné des concepts majeurs » die u aan het einde van de Écrits vindt, moest beginnen. Lacan heeft dit tegen Jacques-Alain Miller gezegd die dit moment vernoemt naar het einde van zijn College « Choses de finesse en psychanalyse » (les van 9 juni 2009).

         Kan men stellen dat men slachtoffer is van de vuigheid wanneer we kunnen aannemen dat de genieting daar steevast zijn wortels in vindt ? Het gaat hier eerder om dit kruispunt, dat een constante in de psychoanalyse is sinds Oedipus daarop in zijn ongewisse zijn vader heeft gedood en waaruit de kreet « Slachtoffer ! » weerklinkt.

         Het is het moment om te beslissen welk lot de vuigheid zal toebedeeld krijgen : zal het subject daaruit een duistere en paradoxale glorie trekken – zoals de Franse schrijver Marcel Jouhandeau – of zal hij in het spreken de geschikte middelen zoeken die tegen dit laaghartig genot de onuitgegeven behandeling verschaft tegen het ergste ?

 

Antwoorden op 4 en 5 juli in Brussel en, ter afsluiting, in het theater !

Nathalie Georges

  

SLACHTOFFER ! EN THEATER

 

Comité van de bibliografie Naar PIPOL 7 :

Emmanuelle Borgnis Desbordes (coörd.) Elise Clément, Nathalie Georges-Lambrichs, Mathieu Cornilie, Michèle Dufour, Cédric Lamarque, Anne Weinstein

Luc Garcia (redacteur)

Verbonden aan dit speciale nummer : Christiane Page

  

Op de studiedagen van PIPOL 7,

De scansie van het congres : een uitzonderlijke voorstelling van zes scènes uit « De Gijzelaar » van Claudel. Plan uw terugkeer vanaf 19u30 zodat u dit niet moet missen!

  

« De Gijzelaar » in Rennes, echos(met de medewerking van de Jeanne Joucla)

 Lacan lezer van Claudel

De regie door Jacques Roch, een kunstig werk op de tekst is een ware choreografie. De soberheid van het decor geeft alle densiteit een de taal van Claudel en aan het lichaam van de drie acteurs die de subjectieve positie van de personages met precisie en subtiliteit belichamen.

Louise Roch als Sygne, prachtig in de tragiek van haar positie, is van een zodanige edelmoedigheid die me nog steeds ontroert ! In de « neen » van Sygne, in de beweging van het hoofd met een verpletterende waarheid, vat de toeschouwer onmiddelijk de kracht van de innerlijke weigering die in haar opoffering gesloten zit. Valentin L’Herminier vertolkt een Badilon waarvan de lafheid en het onvermogen zich op een perfide wijze het habijt infiltreren van de « tederheid van de terroristen » die door Pierre-Gilles Guéguen vernoemd werd : een verwijzing naar de uitspraak van Jacques-Alain Miller over zij die met hun geloof in de vader tot het ergste leiden…

De vertolking van Georges door diezelfde Valentin is zowel ingetogen als compact, zoals het Claudel betaamt wanneer hij het over de liefde heeft. De overeenkomst tussen Sygne en Georges is daardoor nog zo intens in de onmogelijkheid die hen verbindt.

Jacques Roch verheft de vuigheid van Turelure tot de waardigheid van wat Lacan erover zegt. Zijn spel dat levendigheid, ironie en subtiliteit in de wreedheid verknoopt, leert ons meer dan ellenlange commentaren.

We hebben een glimp kunnen opvangen van dat waarom Roger Cassin zo op Claudel gesteld was.

Anne-Marie Le Mercier

 1111

Het lichaam van Sygne

Twee absoluut aangrijpende momenten die de acteurs ons via « het lichaam van de acteur » hebben doen aanvoelen : Louise Roch/Sygne om te beginnen, bleek, verstijfd in het witte licht, begeeft zich in de grenzeloze zone waartoe de vuigheid van Baron Turelure/Jacques Roch haar leidt – Juist daarvoor, de wankeling, nauwelijks waarneembaar maar toch zo voelbaar en zo juist, van Valentin L’Herminier/prior Badilon, wanneer hij de afgrond merkt waarin Sygne zich stort, ver voorbij zijn aandringen om de Paus te redden. Dat alles is natuurlijk te lezen, het is de tekst van Claudel, de lectuur ervan door Lacan… Maar deze zaterdag deden de acteurs, hun lichamen, ons met een grote fijngevoeligheid vatten dat wat het Reële betreft « het niet gaat over het niveau van de waarheid, maar over het uur van de waarheid » (J. Lacan, Séminaire VI, p. 373).

Jean-Noël Donnart

Tussen lach en traan

Deze zaterdag 13 september in  de Ponant, hadden we een afspraak met de hedendaagse tragedie : tragedie van de liefde en van het geloof, getekend door het afzweren, het opofferen. Het is eveneens een tragedie van het tijdperk waarin God dood is en we allen gegijzeld worden door het Opperwezen. « Hij open tons de mogelijkheid, de bekoring vanwaaruit het ons mogelijk is van onszelf te verdoemen », volgens de uitdrukking van Lacan. Ook hij hield van Claudel, en wijst erop dat de kunstenaar de psychoanalyticus steeds voorafgaat. De regie die voortkomt uit de lacaniaanse lectuur van Claudel zette ons op de koppeling tussen tragedie en comedie, tussen lach en traan.

Een minimalistische enscenering deed de taal van Claudel en de kracht van de opbouw van zijn œuvre doorklinken, mede dankzij de vermeldenswaardige acteurs. Het was een onvergetelijk moment van een grote helderheid !

Cécile Wojnarowski

222222222222

Het reële van de tekst

Van De Gijzelaar heb ik bovenal de eerste scène geapprecieerd, zo hedendaags in zijn toon, tussen die twee jonge mensen, en die de taal van Claudel weer actueel maakte… niet zo eenvoudig… Een scène die voldoende organisch is, met zijn deel van glimlach die deugd doet, om me het reële van de tekst te doen voelen, opnieuw te doen horen, of gewoonweg te doen horen. Het klinkt nog steeds door.

Ik was ook volledig weg van het gelukkige idee van de enscenering die, in haar eenvoud, klaar en duister tegelijk, een stem heeft gegeven aan de door Roger Cassin gekozen stukken, kleine onderbrekingen van die zo compacte monologen. Kleine stásima (gezongen of gesproken tussenkomsten van het koor tussen de dramatische episodes bij onze Grieken) die de emotionele densiteit verlengen en vasthouden door ze te laten zeggen, en enkel in zeggen, door de coryfee…

Yvon Bernicot

Het merkteken van de betekenaar !

Als eerbetoon aan Roger Cassin, heeft deze namiddag in Rennes rond Claudel ons, door de voorafgaande uiteenzettingen evenals door de regie van De Gijzelaar door Jacques Roch, duidelijk gemaakt in welke mate de tragedie aan het politieke raakt. Het is overduidelijk ! In welke mate zijn  subjecten, voorbij hun subjectieve drama’s, toegewezen op de betekenaars van hun tijd. Welk theater werpt vandaag de dag een licht op ons tijdperk ? Door de modernheid van de enscenering, de regie van de uitmuntende acteurs, toont Jacques Roch ons, met Claudel, in welk oord we vandaag de dag leven, zonder enige garantie in de Ander.

Gwénaëlle Le Péchoux

333333333333

(wordt vervolgd) SLACHTOFFER ! EN THEATER… Naar PIPOL 7 en haar  werkvectoren

Te bezichtigen en herbezichtigen theaterstukken

Translations : Espagnol, Anglais, Italien, Néerlandais