Capture d’écran 2015-05-13 à 22.23.35

L’otage : interview de Jacques Roch

“Wanneer men Claudel vermeldt, barsten de clichés meteen los: dogmatisch, stompzinnig, verstard, pétainist, papist, bedolven onder de eer,poser, een erkend poëet dus vervloekt, pilarenbijter, homofoob, sexofoob, reservoir van de horror-reactie. De haat die Claudel uitlokt, is bijna interessanter dan hemzelf. Gedurende een eeuw voortdurend en van overal aangevallen worden, wil ongetwijfeld zeggen dat men een centrale plaats inneemt, des te meer wanneer de betreffende eeuw zichzelf overtreft in de leugen, de schande en de terreur. Het probleem stelt zich dus als volgt: Wat wil men niet weten van Claudel?”.

En hij citeert Claudel: “Wat voor u slechts woord en as is en voor mij vlees, brood, wijn, water, melk, honing, olie, fruitpulp. Dat is de taal van Claudel: een sensuele en gulzige overweldiging.”

De Gijzelaar van Claudel

Wanneer het stuk begint, is Sygne de Coûfontaine een jonge vrouw wiens leven uitgestippeld en georiënteerd is door de opoffering. Wat we wilden doen, was een moderne vrouw tonen die georiënteerd is door haar verlangen.

De achtergrond van het stuk is de Franse Revolutie waarbinnen een familie van adelen werden geëxecuteerd en het zijn hun nakomelingen die de hoofdpersonages spelen. Uiteindelijk zijn het Georges en Sygne de Coûfontaine die de slachtoffers zijn in het drama van Claudel, de beulen daarentegen zijn de prefect Turelure en de abt Badilon, de biechtvader van Sygne. Dat is de structuur van elke tragedie: de slachtoffers en de beulen. En dat geeft aan het stuk een koortsachtig ritme, dat wilden we tenminste doen en er is geen moment waarop men zich normaal gezien verveelt. Men zou zich niet mogen vervelen, en opdat men zich niet zou vervelen, zijn er acteurs nodig. Daarom hebben we gekozen, heb ik uiteindelijk gekozen van De Gijzelaar op te voeren omdat ik voorzien had van Louise, mijn dochter en Valentin te laten spelen. Dat was voor mij de noodzakelijke voorwaarde opdat het stuk tot stand zou komen.

Wie is de Gijzelaar? 

Dat is de werkelijke vraag, voor de enen is het de paus, voor de anderen is het Sygne. We zijn allen gijzelaar van iets of iemand in het stuk.

Vertalig: Sam Calmeyn

 Philippe Sollers, Éloge de l’infini, Paris, Gallimard, 2001, p. 520.

Translations : Espagnol, Anglais, Italien, Néerlandais, Danois